Nieuws

De actuele ontwikkelingen in het Franse hoger onderwijs worden bijgehouden op een blog. Klik hier om naar de blog te gaan.

 

Nederlandse onderwijsbegroting 2008

De derde dinsdag in september is traditioneel het moment waarop de begroting voor het komend jaar aan het volk in Nederland wordt gepresenteerd. Er wordt reikhalzend naar uitgekeken, vooral sinds de tekst niet meer lang van te voren aan de pers gelekt wordt.

De onderwijsbegroting bevat deze keer met betrekking tot de universiteiten de volgende beleidsvoornemens.

• er wordt 100 miljoen euro overgeheveld van de eerste naar de tweede geldstroom. Dit betekent dat geld dat nu rechtstreeks naar de universiteiten gaat  straks naar NWO gaat en verdeeld wordt aan excellente onderzoekers. Dit om goed onderzoek te stimuleren.
• Er komt 40 miljoen voor kleinschaliger onderwijs, programma’s voor topstudenten en het bijscholen van docenten
• 3,3 miljoen wordt uitgegeven om studieuitval terug te dringen
• 1 miljoen voor het benoemen van meer vrouwelijke hoogleraren
• 12 miljoen voor grootschalige research-infrastructuur.

 

Rapport over de organisatie van het hoger onderwijs en het onderzoek in Frankrijk en voorstellen.

Het Franse ministerie voor Hoger Onderwijs en Onderzoek heeft net zijn rapport “Etat des lieux et propositions sur l'Enseignement Supérieur en France" gepubliceerd.

Om deze rapport en voorstellen te lezen, klik hier (in Frans)

 

Dutch student grants now good for study abroad

31 May 2007

It has been in the pipeline for some time, but it is now a reality. The Dutch Senate has approved a government bill to allow students to use their student grants for study abroad.

Starting next academic year (2007-2008), Dutch students who enrol at a higher education institution in another country will be allowed to apply for a student grant and loan in Holland under the same terms as those studying at home. The only restriction is that the study programme must offer the same level of quality as similar programmes in the Netherlands. The decision on the quality of foreign study programmes is taken by IB-groep – the organization that administrates student loans and grants in the Netherlands – based on recommendations made by Nuffic, which has taken on extra staff to deal with the large volume of applications expected.

Students wishing to enrol on a higher education programme in another country still need to apply for their grant with the IB-groep. The information campaign to raise awareness of student grant portability will also be handled by the IB-groep.

But are we about to witness an exodus of Dutch students? It is impossible to predict exactly what the effects of student grant portability will be. According to one survey, half of Dutch students say they would like to study abroad. However, for many it will remain an idle wish because a period of study in another country is not always easy to arrange, and there are financial and other obstacles too. Nuffic does not think that Dutch higher education institutions need to be worried about empty lecture theatres.

extract from www.nuffic.nl

 

State of the art van het hoger onderwijs en het onderzoek in Nederlands, door de OESO – mei 2007 en het antwoord van Ronald Plasterk, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling – OESO – heeft net haar rapport “Thematic Review of Tertiairy Education, the Netherlands” gepubliceerd. Studies als deze worden door de OESO uitgevoerd op verzoek van een land, in dit geval Nederland.

De algemene conclusie is dat Nederland de capaciteit van zijn hoger onderwijs moet versterken. Door het ontvankelijker en flexibeler te maken. Dit ook in het kader van een Europese en mondiale toekomst. Bovendien zal het systeem meer geschikt gemaakt moeten worden om de allochtone bevolking van de eerste en tweede generaties beter te integreren in het arbeidspotentieel en de volkscultuur.

 Het rapport neemt de sterkpunten van her hoger onderwijs en het onderzoek in Nederland door, met name op:

- een geschikte overheidsfinanciering

- deugdelijke instellingen

- een functionerend systeem van kwaliteitscontrole.

 Maar dit rapport laat ook zwakke punten zien:

- de toegankelijkheid: het Nederlandse beleid is te veel gericht op jonge studenten met een goede opleiding en te weinig op etnische minderheden en op studenten uit lagere sociale klassen. Aldus zal het Nederland niet lukken om in 2010 een percentage van 50% hoger opgeleiden te hebben. Dit komt waarschijnlijk ook door  het feit dat er te veel leerlingen in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs zijn.

- de aansluiting van het hoger onderwijs op de arbeidsmarkt: sommige studies zien nu al tekorten voor de periode tot 2010 en met een bescheidener aandeel van afgestudeerden in de bètawetenschappen en technische studies. De OESO stelt vast dat er niet genoeg differentiatie in het hoger onderwijs is.

- onderzoek en innovatie: de OESO maakt zich zorgen om de competentie van Nederland om genoeg jonge onderzoekers aan te trekken en vast te houden. Het rapport stelt vast dat de samenwerking tussen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen et het Ministerie van Economische Zaken onvoldoende is.

- De strategie op lange termijn: het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen wordt buitenproportioneel beheerst door de maalstroom van korte termijn items. Het ministerie is bovendien onvoldoende op de hoogte met de praktijk van het onderwijs en het onderzoek.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ronald Plasterk, is niet eens met alle punten van kritiek. Enkele punten uit zijn antwoord:

- De toegankelijkheid: het minister deelt de zorg van de OSEO betreffende de gelijke kansen voor leerlingen van etnische minderheden en studenten. Maar een van de doelstellingen van deze regering is dat geen enkele jongere onder 18 de school zonder diploma kan verlaten. Bovendien versterkt de minister de aandacht op trajecten voor leven lang leren.

- Het hoger onderwijs en de arbeidsmarkt: tussen 2000 en 2006 is het aantal studenten in bètawetenschap en technologie met 22% gestegen. De minister promoot de differentiatie met huidige experimenten over selectie, de differentiatie in collegegelden en het open bestel (dat toestemming geeft aan commerciële aanbieders van onderwijs), maar ook met het stimuleren van excellentie en de accreditatie van programma’s die in Nederland worden aangeboden door buitenlandse agentschappen.

- Onderzoek en innovatie: omdat de Nederlandse universiteiten zich tot de beste instellingen in de Europese Unie mogen rekenen, moedigt de minister geen “super league” instelling aan. Om jonge onderzoekers te behouden, hebben de Nederlandse universiteiten researchmasters ontwikkeld, die de studenten op PhD voorbereiden. Een interministeriële projectgroep “Kennis en Innovatie” is geïnstalleerd om te beantwoorden aan de wens tot grotere samenwerking tussen beide ministeries te komen.

- Aansturing en strategie op lange termijn: een te centrale aansturing hoort niet bij de Nederlandse cultuur. Het is beter dat de instellingen een sterke positie hebben. In de eerste plaats biedt dit de minister ruimte om op zijn begroting geoormerkte bedragen op te nemen, die zijn bedoeld voor specifieke doelstellingen. En op de tweede plaats zal de minister in plaats van twee plannen, één plan voorleggen door het HOOP – Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan en het WeBu – Wetenschapsbudget – samen te voegen tot een document.

Klik hier om het rapport van de OESO te krijgen (Engels)

Klik hier om het antwoord van de Minister dhr. Plasterk te lezen (Engels)