|
TWA
Parijs, 25-02-2008
Inleiding
De wet op autonomie voor universiteiten die in
de zomer van 2007 door het Franse parlement werd aangenomen is
nauwelijks door betrokken partijen verteerd of de ontwikkelingen razen
al weer voort. Valérie Pécresse, Minister van Hoger Onderwijs en
Onderzoek, kondigde op 7 februari aan dat de tachtig Franse
universiteiten zich kandidaat kunnen stellen om één van de tien labels
‘campus d’excellence’ (topcampus) te bemachtigen.
Ook andere concrete gevolgen van de autonomiewet
worden zichtbaar: bedrijven kunnen nu immers minstens een zetel bekleden
in de raad van toezicht van een universiteit. De eerste bedrijven hebben
reeds van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.
Hoofdartikel
Campus d’excellence
Het label ‘campus d’excellence’ wordt deze zomer
aan tien Franse universiteiten of groepen van universiteiten toegekend
op basis van vier criteria: de wetenschappelijke en pedagogische
ambities van de universiteiten, hun internationale niveau, hun wil om te
werken aan de renovatie en het onderhoud van het onroerend goed en aan
de sfeer op de campus en tenslotte het structurerende karakter van de
campus ten aanzien van de regio.
Het idee van de tien topcampussen werd al eerder
door Valérie Pécresse aangekondigd. Ook maakte het deel uit van de
belangrijkste voorstellen in het omstreden rapport Attali dat op verzoek
van President Sarkozy werd opgesteld en onlangs bekend werd gemaakt. Het
betrof niet minder dan 316 voorstellen om de groei in de Franse economie
terug te krijgen. In de aanbeveling van Jacques Attali over de tien
universiteitscampussen stond eveneens vermeld dat tachtig procent van
de financiering van private afkomst diende te zijn, een revolutie voor
de Franse universitaire wereld.
Nicolas Sarkozy heeft bevestigd dat de
financiering van dit topcampussenproject uit de verkoop van EDF-aandelen
door de Franse overheid zou komen. Of deze 3,7 miljard euro voldoende
zal zijn voor de tien topcampussen, is niet geheel duidelijk.
Eind juli 2008 wordt bekend gemaakt welke
universiteiten geselecteerd zijn. Het zal een heftige strijd worden want
het gaat om een unieke kans voor de Franse universiteiten om hun imago
te verbeteren en zich internationaal te profileren, hetgeen nu vaak een
probleem is voor de Franse instellingen voor hoger onderwijs. Als
voorbeelden noemde minister Pécresse: de excellente reputatie van de
universiteit van Grenoble, die dankzij de tramlijn over zijn campus zeer
goed bereikbaar is, de universiteit van Saclay, ten zuiden van Parijs,
omringd door prestigieuze onderzoeksinstituten, of de faculteit
menswetenschappen van Aubervillliers ten noorden van Parijs. Verder
noemde ze Straatsburg waar de verschillende universiteiten samengaan tot
één instelling. Tenslotte bracht ze de pôles de recherche et
d’enseignement (PRES) ter sprake waarbinnen universiteiten en grandes
écoles samenwerken. Ook deze worden als interessante projecten beschouwd
aangezien de Franse grandes écoles ook te lijden hebben onder weinig
internationale zichtbaarheid. Maar alles is nog open,
zoals de minister benadrukte.
Bedrijven zetelen in raad van toezicht
Veolia, L’Oréal en Michelin. De eerste bedrijven
hebben inmiddels gebruik gemaakt van de uitnodiging die hun door
universiteiten is gedaan om zitting te hebben in de raad van toezicht,
een nieuwe mogelijkheid sinds de wet op autonomie voor universiteiten
van de zomer van 2007.
Een drietal universiteiten (Marne-la Vallée,
Paris V Descartes en Clermont-Ferrand 1) werkt samen met bedrijven als
Michelin, Limagrain, Banques Populaires, La Poste, L’Oréal en Sanofi
Aventis.
De bedrijven kunnen onder meer hun visie geven
op de aanpassing van het onderwijsaanbod, maar ook over
carrièremogelijkheden. Jacques Fournet van het farmaceutisch bedrijf
Théa geeft als voorbeeld: ‘We zien dat er een tekort is aan
farmaceutisch juristen, dus hebben we een opleiding in die richting
voorgesteld aan de universiteit’.
Veolia werkte al voor de wet op autonomie nauw
samen met de Universiteit van Marne la Vallée via de cofinanciering van
de masteropleiding stedenbouw. Michelin, dat gezien zijn hoofdkantoor in
Clermont Ferrand al met de universiteit van deze stad samenwerkt, opent
de deuren van zijn onderzoekscentra en heeft deelgenomen aan de
herprogrammering van een masteropleiding economic intelligence.
Er bestaat echter nog een zekere
terughoudendheid onder met name studenten en onderwijsgevenden met
betrekking tot de integriteit van de deelnemende bedrijven. Geld is niet
het enige wat telt, bevestigen de betrokkenen, maar de oprichting van
gezamenlijk gefinancierde onderzoeksstichtingen staat wel centraal in de
onderhandelingen tussen bedrijven en universiteiten. De bedrijven tonen
zich zeer geïnteresseerd in deze stichtingen naar het model van de
Amerikaanse science foundations.
Bronnen:
Les entreprises sont entrées aux conseils des
universités, Le Figaro, 11 februari 2008
Valérie Pécresse lance la sélection des dix campus
d’excellence
|